Door Thomas Leeflang
”Klarinet. Meeslepend kan Gijs Karten (80) verhalen over zijn gloedvolle carrière als Meneer de Musicus, maar…waar is zijn klarinet? De man die mocht spelen onder Arturo Toscanini en altijd lovende recensies kreeg heeft hem weggedaan”.
‘In
Palestina was ik Meneer de Musicus, hier Jan de Muzikant!’
Toen Adolf Hiltler in 1933 ‘Führer und
Reichskanzler’ werd en in 1943 ook nog een keer Duitslands regerings- en
staatschef en opperbevelhebber van het leger, begrepen veel joodse
intellectuelen dat hen in Europa niet veel goeds te wachten stond. Ze weken uit
naar veiliger oorden als de VS, Engeland en Palestina, terecht bevreesd voor
het fascisme.
In december 1936 vormden gevluchte joodse
musici uit voornamelijk Duitsland, Hongarije, Polen en Oostenrijk in Tel Aviv
The Palestine Orchestra, het huidige Israëlisch Philharmonic Orchestra.
Zaandammer Gijsbertus Karten sloot zich in
1937, een klein jaar na de oprichting van het orkest door Bronislaw Huberman,
als soloklarinettist en enig ‘Christen’ aan bij circa zeventig van de
allerbeste joodse musici. Hij zou er tot 1946 blijven.
Tachtig
jaar is Karten nu. Al heeft hij na de oorlog nog vijf en dertig jaar als
musicus gewerkt bij de Omroep, hij noemt zijn tijd bij het beroemde Palestijns
Philharmonisch Orkest de mooiste tijd van zijn leven. Als jong muzikant, ‘een
snotneus nog’ zegt hij zelf, speelde hij onder dirigenten als Toscanini,
Weingartner, Sargent Malcolm, Steinberg, Dobrowen, Szenka, Munch en anderen.
Gijs
Karten: ‘Het spelen onder Arturo Toscanini, dat vergeet ik nooit. Een niet in
woorden te vatten ervaring. Hij stond vaak met één hand te dirigeren. Dan kwam,
heel ongemerkt, die andere hand langzaam omhoog en gaf ik alles. De maestro
tilde me als het ware op, liet me boven m’n niveau spelen. En dat gold ook voor
de anderen. Al de musici in dat orkest, waar Duits nota bene de voertaal was en
niet het voor de hand liggende Engels dat naast het Ivriet in Palestina werd
gesproken, al de musici behoorden tot de absolute top. Er waren concertmeesters
bij. Die strijkers..! Ik heb later nooit meer zoiets gehoord, ook niet in het
Concertgebouworkest. Toen de legendarische Huberman ziek werd en het verzoek
kwam wie hem als solist zou willen vervangen stonden al de violisten op. Niet
één bleef er zitten, ze wilden allemaal als remplaçant van Huberman Brahms
spelen. En stuk voor stuk konden ze het, daar was geen onsje zelfoverschatting
bij.’
‘Rak Ivriet!’
Gijs
Karten kwam bij het Palestijnse orkest terecht omdat men er, na het vertrek van
Louis Staal eind 1936, geen joodse eerste klarinettist kon vinden. Na op
verzoek in Zürich te hebben voorgespeeld, werd hij aangenomen en vertrok met de
boot naar Palestina, z’n zwangere vrouw in Nederland achterlatend. Z’n eerste
zoon Rimsky, vernoemd naar de Russische componist Nicolai Andrejevitsj
Rimski-Korsakov, zag hij pas na zes weken, toen het gezin in tel Aviv werd
herenigd. Rimsky groeide op in Palestina, ging er naar school, had joodse
vriendjes, sprak Ivriet. Als er thuis Hollands werd gesproken gaf het ventje de
voorkeur aan Hebreeuws en riep nijdig: ‘Rak Ivriet! Rak Ivriet!’ En hij stond
er op dat op elke vrijdagavond sabbat werd gehouden. Eenmaal terug in Nederland
moest hij op z’n negende Nederlands leren. Musicus is Rimsky overigens niet
geworden: hij zoekt ‘mazzel en brooche’ in de reclamewereld. Als jochie
studeerde hij volgens zijn vader viool en las tegelijkertijd stiekem een
stripverhaal. Kartens twee andere zoons, Ronald en Edward, kwamen al evenmin
‘in de muiek’ terecht maar zitten nu respectievelijk in de pr en de
communicatie technologie.
Bommetje
Onder de
joodse musici van het Palestijns Orkest werd volgens Gijs Karten nooit over de
oorlog gesproken. Terwijl men daar eendrachtig schitterend musiceerde
ondergingen de joden in bezet Europa een verschrikkelijk lot. Karten: ‘Eerlijk
gezegd was die oorlog zelden of nooit onderwerp van gesprek. Soms liet een
Italiaans vliegtuig wel eens een bommetje vallen op Tel Aviv, daar merkte je dan
aan dat het oorlog was. Sommigen stuurden pakketjes naar familieleden in
Europa, die nooit aankwamen bij de geadresseerden. Als we met het orkest op
tournee gingen naar Jerusalem en Haifa of naar Egypte en Libanon, reden we in
gepantserde bussen of geprepareerde treinen. De Arabieren waren toen nog heel
vriendschappelijk, we hebben nooit enig last mee gehad. Het culture leven in Tel Aviv was in die tijd
heel aangenaam. Als ik met mijn vrouw ’s avonds een wandeling maakte door Tel
Aviv, hoorden wij bijna huis aan huis wel iemand viool of piano spelen. Er
bestond respect voor een lid van het orkest, dat was iemand die in hoog aanzien
stond. Ik werd bijvoorbeeld wel aangesproken met ‘professor’ en met alle egards
behandeld. Daar was ik Meneer de Musicus, eenmaal in Nederland gewoon Jan de
Muzikant.’
Filosemiet
Over de
techniek van het snijden van z’n ‘rietjes’ voor z’n ES-klarinet: als Gijs een
riet sneed, ging dat jaren mee; ‘kooprietjes’ kon hij daarentegen al na drie
maanden weggooien. Over z’n 35-jarige carrière als omroepmusicus: er blijken
verschillen te bestaan in karakter tussen koper- en houtblazers, tussen
strijkers en slagwerkers. Veel collega’s zijn intussen overleden, Karten
vergezelde al menig collega op diens laatste gang. Gijs Karten is weliswaar een
op het conservatorium klassiek geschoold vakman die spiritueel overweg kon met
Mozart en altijd weer de juiste ‘toongeving’ wist te vinden, ook voor feilloos
imiteren van Benny Goodman draaide hij z’n hand niet om en met een onvervalst
Tiroler-moppie, een sentimenteel Malando-achtig deuntje of een wat kitcherig
Weense wals wist hij ook wel raad. Jaap van Zweden acht Karten een uitstekend
violist en er waren en zijn een aantal talentrijke omroepmusici! Waarvan de
namen echter niet genoemd worden, bang als hij is misschien iemand over te
slaan.
Gijs
Karten is door zijn verblijf in Palestina een filosemiet pur sang geworden. Als
geen ander wist hij werk uit te voeren van joodse componisten als Daniël
Belifante, Sem Dresden, Marcel Lavrij, Darius Milhaud, Vittorio Riéti,
Alexander Tansman, enzovoorts. Dikke plakboeken vol lovende recensies doen
althans ondergetekende perplex staan.
Hollywood
Maar…
waar is zijn klarinet? Speelt Gijs Karten nog? ‘Ik heb meer klarinetten gehad,’
zegt hij. ‘Duitse Wurlitzers en Zweedse Warsjevski’s, nu heb ik geen instrument
meer in huis. Ik speel en luister niet meer en heb en heb er ook geen behoefte
aan. Op m’n 63ste trad ik bij de omroep vervroegd uit. M’n collega’s en m’n
leerlingen - ik gaf ook les – keken
ervan op toen ik liet weten de muziek vaarwel te zeggen. Toch heb ik doorgezet.
Ik wilde niet minder worden, niet m’n staccato en mijn zelfkritiek verliezen.
Toen ik ermee op hield, was ik nog in uitstekende conditie en in vorm. Ik heb
soms het gevoel dat ik het zelfs nu nog
wel zou kunnen, hoewel m’n gehoor en m’n geheugen iets achteruit gaan. Het is
voorbij, een beter leven had ik me als musicus niet kunnen wensen. Eerst in
Palestina met muzikanten van wereldniveau gespeeld en op tournee geweest,
daarna fijn gewerkt als omroepman. Ik kreeg om de haverklap aanbiedingen. Nadat
ik met Hugo de Groot in de Cinetone-studio in Duivendrecht had gespeeld, kreeg
ik van een collega het advies uit mijn Palestina-tijd het advies naar Hollywood
te gaan. Hij werkte er al en verdiende prima. Ik kon ook naar Zuid-Afrika, daar
heb ik op het laatste moment van afgezien omdat iemand me vertelde dat blanken
in Johannesburg met een revolver onder het kussen moesten slapen. We schrokken
daar erg van. De kaarten voor de reis hadden wij al in huis want ik voelde er
aanvankelijk wel wat voor. In Australië wilden ze me trouwens ook hebben bij
een radio-orkest.’
Drukproeven
Karten:
‘Achteraf spijt? Nee, het is goed zo. Mijn gezin heeft mij altijd moeten missen
omdat vader eeuwig aan het werk was en dus niet thuis kon zijn. Eenmaal in de
VUT heb ik een poosje met de auto koeriersdiensten gereden voor mijn zoons Edward
en Rimsky, die in het reclamevak zitten. Ik bracht spullen naar de klanten en
wachtte dan op de correcties die weer terug gingen. Koeriersdiensten. Een
bejaarde boodschappenjongen dus tegen wie kon worden gezegd: ‘Wacht even op de
gang, je krijgt de envelop zo terug!’ Karten: ‘Dat is dus wel gebeurd. Wat
maakt het uit?! Ik maakte er geen punt van, deed het voor de lol. De fax heeft
m’n koeriersbaantje uiteindelijk overbodig gemaakt.’
Is er
nooit een moment geweest dat ‘musicus’ Gijs Karten in conflict kwam met
‘koerier’ Gijs Karten? ‘Eenmaal,’ geeft hij met tegenzin toe. ‘Ik reed met de
auto terug vanuit Utrecht, was met drukproeven bij het hoofdkantoor van de NS
geweest. Ineens hoorde ik op de radio het Israelisch Philharmonisch Orkest
spelen. Ik heb toen de wagen op een parkeerterrein langs de weg gezet en heb
zitten huilen.’
Uit: Spreek’buis, blad voor omroepmedewerkers, 25 juli 1997 nr. 697.
No comments:
Post a Comment